Petit Meslier

PETIT MESLIER
De druif kenmerkt zich door een blanke schil en is vandaag de dag nogmaar zeer zeldzaam aangeplant op de wereld.
In Frankrijk is er enkel een paar are overgebleven van deze authentieke druivensoort. De belangrijkste redenen voor de zeldzaamheid zijn de moeilijke teelt en historische keuzes.

In de Marne Vallei van de Champagne regio vind je het meeste Petit Meslier dan waar ook.
Andere lokaties waar de Petit Meslier is aangeplant zijn: Italië, Australië en Argentinië.

De officiele naam is vitis vinifera linné subsp. sativa (de candolle) hegi 
Het is een kruizing tussen Heunisch weiss en savagin = traminer
Men noemt deze druif ook wel eens de Meslier, Meslier Dore, Meslier Saint-Francois, Meslier jaune, Arbois, Meslier vert of Hennequin.

Eigenschappen:
De Petit Meslier behoudt de specifieke eigenschappen om in de warmere jaren te kunnen worden gemengd om het typische aciditeit balans in de champagne te behouden. 
Omdat het zuur door de druivenschil verplaatst van een gebied met een hoge concentratie naar een gebied met een lage concentratie. Vooral met het oog op de klimaatverandering kan dit uitkomst bieden. Het geeft een droge, frisse smaak met appel- en citrusaroma's.

Zeldzaam:
​- Door de hoge vatbaarheid voor ziekten is de meeste Petit Meslier in de loop van tijd gerooid. De druifenschil is zeer gevoelig voor grijze rot (botrytis) en andere schimmels, wat het bedrijfsrisico voor de wijnbouwer vergroot.
- Ook lopen de druivenstokken vroeg uit waardoor de knoppen een risico hebben om te bevriezen in het wisselvallige koude lente klimaat van de Noord Franse regio.
-  De druif levert wisselende, vaak lage opbrengsten en is zeer vatbaar voor bloesemval en ongelijke ontwikkeling van de druiven, wat de productie onrendabel maakt in vergelijking met de gangbare druivensoorten zoals de Pinot Noir, Chardonnay en de Meunier.

Fabel :
De fabel gaat de ronde dat de minister van binnenlandse zaken onder Napoleon I, de authentiek druivensoorten zou hebben laten vervangen met de nu gangbare soorten enkel en alleen omdat de wijnen van deze druiven meer in trek waren.
Nu was Jean- Antoine Chaptal inderdaad van 1800 tot 1804 Ministre de l'Intérieur in Frankrijk onder Napoleon Bonaparte. Echter ook een bekende scheikundige. Hij heeft zeker veel betekend voor de champagne die wij nu kennen.  
Minister Chapal introduceerde het toevoegen van suiker aan de most (chaptalisatie) om het alcoholpercentage te verhogen. Ook zorgde het voor een betere kwaliteit en stabiliteit van de wijn, wat leidde tot een verschuiving in de vraag naar druiven die goed reageerden op de "methode champenoise". Een belangrijke technische wijziging in deze periode omdat de nieuwe markt vroeg om de populaire zoetere champagnes. 
In de loop der tijd koos men er voor om de fris zure Petit Meslier te vervanging door productievere rassen.
Feit:
Door de lage opbrengsten en de kwetsbaarheid is de druif in de loop der eeuwen, en met name in de 20e eeuw, vervangen door productievere en makkelijker te verbouwen rassen.
De echte vervanging van authentieke druivensoorten door de nu bekende rassen vond pas veel later plaats. Aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw. Dit was een direct gevolg van de phylloxera-crisis.
Ook wel de druifluis genoemd. De larven van deze luis leven ondergronds en vreten aan de wortels van de wijnstok waardoor de planten verzwakte en uiteindelijk afstierven. Het herbeplanten was makkelijker met resistentere variëteiten.


Deze druiven soort is te vinden in de volgende champgagnes: 
- Champagne H. Blin Petit Meslier 100%
- Perseval Farge, Les Goulats  50%
- Champagne Moutard, six cepage ? %
- Champagne Tarlant cuvée BAM  50%
- Duval- Leroy Petit Meslier 100%
- Laherte Freres - Cépages d'Antan 100%
- Drappier Quattuor blanc de quatre blanc 25%

© 2025 - 2026 disdoncchampagne | sitemap | rss

Om deze webwinkel te bezoeken moet u 18 jaar of ouder zijn.